Tien basisregels voor biologische teelt
 
1    Bemest de akker met organische compost en of natuurlijke meststoffen;
2    Laat de ondergrond ze veel mogelijk met rust om het bodemleven te stimuleren
3    Pas een vijfjarige vruchtwisseling toe;
4    Houd de juiste afstanden aan bij het zaaien en planten;
5    Gebruik zo veel mogelijk biologisch plantgoed en zaaizaad;
6    Geef alleen water indien nodig en schoffel na regen om dichtslibben van de bodem te voorkomen;
7    Gebruik alleen biologische gewasbeschermingsmiddelen en - groeimiddelen;
Gebruik eventueel insectengaas en acryldoek tegen aantasting en vraat.
8    Houdt de akker vrij van onkruiden en ziekten;
9    Lok vogels, amfibieën en roof insecten om de schadelijke insecten te bestrijden;
10 Zaai bloemen en kruiden in het rustvak om nuttige insecten te lokken voor de bestuiving van de gewassen en het herstel van de bodemstructuur;
 
Basisregels voor een akker in het Oosterdelgebied
11 Zorg voor een ruime grasstrook langs de kant van de akker en tussen de verschillende gewassen;
12 Houdt de akker vrij van onkruiden zoals akkerdistel, bereklauw, brandnetel;
13 Bescherm de windkant van het eiland (meestal een kopse kant van de oost-west gelegen eilanden) met een rietkraag tegen afkalving van de grond;
14 Plaats op het eiland een windscherm van riet of een paar rijen mais als windhaag voor de planten en kippengaas tegen vogelvraat.