Vruchtwisseling met een voorbeeld van een vijfjarig teeltplan
 
In de biologische tuinbouw wordt vruchtwisseling toegepast om de bodem gezond te houden: dit betekent dat elk stukje land elk jaar voor een ander gewas wordt gebruikt. Dierlijke mest en compost zorgt voor een gezonde, levende bodem. 
Die bodem is het kapitaal van de tuinder.
Biologische grond bevat veel meer biodiversiteit, heeft een betere waterhuishouding en slaat meer organisch materiaal op - dat is weer gunstig voor het klimaat.
De gewassen zelf krijgen vaak meer tijd om te groeien, wat de smaak en kwaliteit ten goede komt. 
 
Hieronder staat een voorbeeld van een vruchtwisselingschema een akker.  
Kool mag zelfs maar 1 keer in de 4 tot 5 jaar op dezelfde plek staan.  
In het Oosterdelgebied houden wij een vruchtwisseling van 5 jaar aan. Dit betekent dat je een teeltplan maakt over 5 jaar. De akker wordt hiervoor in vijf gelijke stukken. verdeeld:  
 
1       Een vak met wortelgewassen zoals aardappel, peen, rode biet, uien,
2       Een vak met blad/stengelgewassen zoals andijvie, sla, prei
3       Een vak met bloemgewassen zoals bloemkool, savooie kool, boerenkool, radijs
4       Een vak met vruchtgewassen zoals: erwt, peul, stokboon, stamboon, pompoen
5       Een rustvak met gras en/of phacelia, afrikaantje, zonnebloem, koolzaad. In de herfst wordt de groenbemesting ondergespit en het vak ruim voorzien van compost. Na de winter kunnen de eerste wortelgewassen (vroege aardappel) er in.
     
Houd deze vakverdeling aan, want niet alle groenten kunnen naast elkaar verbouwd worden.
 
 

 

                                     Schema vruchtwisseling over 5 jaar

Tussen de vakken en rondom de akker een brede grasstrook aanhouden voor het schoonhouden van de vakken

 

terug