Werkzaamheden van maand tot maand
 
 
Januari
In deze tijd van het jaar ligt de akker in diepe rust. Wanneer de temperatuur beneden de 0 graden zakt, sterven de ziektekiemen en de schimmels in de grond. Het bodemleven daarentegen gaat gewoon door, de wormen en kevertjes verteren de groenteresten, ondergewerkte groenbemesters en de mulchlaag. Een mulchlaag is een laag van organisch materiaal die je aanbrengt bovenop uw tuingrond. Staat er nog wat boerenkool op de akker dan kan deze nog geoogst worden.
 
Februari
Wanneer de winter doorzet verandert er niet zo veel aan de situatie op de akker. Alleen bij een natte winter zal de structuur van het land dichtslaan en het bodemleven het lastiger krijgen dan bij een koude droge winter.  Het is belangrijk om het weer goed in de gaten te houden. Laat het weer het toe dan kan er begonnen worden met het onderspitten van de groenbemesting. Let wel dit kan alleen wanneer het land niet te nat is.
 
Maart
De grond droogt langzaam op en we kunnen de mulchlaag voorzichtig onderwerken of weghalen. Wanneer de temperatuur en de vochtigheid van de grond het toelaten kunnen we gaan spitten of eggen en bemesten. De tuinbonen, bloemkolen en bosbieten kunnen in maart voorgezaaid worden in bakken. De vroege aardappelen zijn al voor de winter droog weggezet om te kiemen. Wanneer het weer het toelaat kunnen zij eind maart de grond in. Bij een droge periode kan in mei een vals zaaibed gemaakt worden voor de gewassen die begin april de grond in gaan. Een vals zaaibed is eigenlijk niets anders dan een normaal zaaibed d.w.z. de grond vrijmaken van onkruid en spitten of harken. Maar nu zaaien of planten we niets! Na een dag of tien komt het eerste onkruid op. Wanneer het ongeveer 2 à 3 cm is, schoffel je alles onder. Dit kun je meerdere keren herhalen tot de gewassen de grond in gaan.
In maart beginnen ook de akkerdistel, klein hoefblad, brandnetel en bereklauw te groeien. Zodra ze zichtbaar zijn moeten ze handmatig met wortel en al verwijderd worden om woekering en zaadvorming te voorkomen. Dit geldt ook voor de komende maanden.
 
April
April is samen met mei de drukste maand op de tuin om al het plant- en zaaigoed de grond in te krijgen en het overige voorzaaiwerk te doen.
In april kunnen allerlei gewassen de grond in zoals aardappelen, bosbiet, plantui, prei, knoflook pluksla en tuinboon. Vooraf breng je compost en organische meststoffen (dus geen kunstmest) in de grond. Zie hiervoor het hoofdstuk bemesting. Zorg dat de meststoffen goed in de grond ingewerkt worden.  
 
Andere gewassen kunnen nu gezaaid worden zoals: courgette, knolselderij. Pompoen, savooiekool witte kool en zonnebloem.
Het is in deze tijd belangrijk om de jonge plantjes en het zaad te controleren of ze voldoende vochtig zijn.
 
De groenbemesters zoals phacelia kan direct in de volle grond uitgezaaid worden eventueel in combinatie met een bloemenmengsel of andere groenbemesters. Bijvoorbeeld koolzaad, komkommerkruid en klaver.
 
Het onkruid begint in deze periode ook de kop op te steken. Schoffelen is hier het beste middel tegen.
 
 
Mei
In mei is het zaak om alles wat geplant en gezaaid is goed onkruidvrij te houden en voldoende water te geven. Verder treffen we voorbereidingen voor het planten en zaaien van nieuwe groenten en kruiden. We maken net als in april eerst een vals zaaibed en spitten of harken de grond. Knolselderij, savooiekool, witte kool, stokbonen, stambonen en bloemen zoals de zonnebloem gaan in deze maand de grond in. 
 
Juni
In deze maand staat het onderhoud centraal. Dit houdt voornamelijk in dat er gewied, geschoffeld en onkruid getrokken moet worden. Water geven is ook belangrijk, omdat een remming in de groei van een plant door watergebrek altijd terug te zien is aan de groente. Te kort water is negatief voor de groei en de vruchtzetting. Ook de vitaliteit van de plant lijdt eronder, waardoor hij vatbaar wordt voor ziekte of plagen. In deze fase is het ontzetten belangrijk om een goede bodemstructuur te hebben die er voor zorgt dat het regenwater als een spons vasthoudt en in natte periode snel kan afvoeren. De voedingsstoffen in de grond gaan pas werken wanneer de bodem de juiste temperatuur, vochtigheid en structuur heeft. En dan kan de plant ze pas opnemen en wordt de groei zichtbaar. 
 
Juni is een maand van zaaien, planten en oogsten. De vroeg aardappel, knoflook, plantui, tuinboon aardbei en rabarber kunnen in juni al geoogst worden, de boerenkool voorgezaaid en courgette, prei en pompoen uitgeplant.
 
Juli
Het is hard werken om het onkruid de baas te blijven en de planten niet te aten verdrogen. Ook kan de boerenkool gezaaid worden in de volle grond. Wil je niet boerenkoolzaad maar planten dan moet er nog even gewacht worden. Geoogst kan onder andere worden de bosbiet, courgette, knoflook, plantui, tuinboon en nog wat aardbeien.
 
Augustus
Naast de oogst van onder meer de eerste prei en snijbonen, is er nog veel werk te doen om de akker onkruidvrij te houden.  De jonge uitlopers van de aardbeiplantjes knippen we af en planten we uit in een nieuw bed. Op deze manier heb je en natuurlijke verjonging.
Het bladafval van de geoogste groente wordt op een composthoop gebracht om in het najaar in de grond verwerkt te worden als natuurlijke bemesting.
 
September
De groei van het onkruid begint af te nemen maar we zijn er nog niet vanaf.
September kan droog zijn dus zal er zo nu en dan water gegeven moeten worden aan de planten.
Veel groente is nu te oogsten zoals prei en pompoen maar duidelijk is te zien dat het groenteseizoen af begint te lopen.
 
Oktober, november en december
In oktober worden de laatste producten geoogst en kan begonnen worden met het winterklaar maken van de tuin. Dit kan op meerdere manieren zoals het inzaaien van een groenbemester voor de winterperiode of natuurlijke compost van de eigen akker onderspitten om daarna de grond te bedekken met afgemaaid riet tegen uitdroging en onkruidgroei.
De graspaden kunnen voor de laatste keer gemaaid worden en het gereedschap opknappen en klaar maken voor het volgende seizoen.